Te weinig fietsparkeerplekken grote steden | nieuws
Uit een inventarisatie van het dagblad Trouw blijkt dat het fietsverkeer in de grote steden met gemiddeld 1,5 tot 3 procent per jaar groeit.
Vastlopen
In Rotterdam loopt die jaarlijkse groei op tot bijna 5 procent. Hierdoor dreigt het fietsverkeer rond grote steden vast te lopen. Er zijn eenvoudigweg te weinig parkeerplekken voor fietsen, zo schrijft Trouw. Eric Wiebes, verkeerswethouder in Amsterdam, denkt dat het tekort aan parkeerplaatsen voor fietsen zelfs de bereikbaarheid van de stations bedreigt.
Utrecht
Ook in Utrecht zou dit het geval zijn. Deze situatie zou er toe kunnen leiden dat forenzen weer vaker de auto pakken om naar bestemmingen buiten de stad te reizen. De vier grote steden zijn van plan om meer parkeerplekken voor fietsen te creëren.
dinsdag 2 april 2013
maandag 28 januari 2013
Meer ruimte fietser door parkeersysteem | nieuws
Meer ruimte fietser door parkeersysteem | nieuws
Forse winst
Het helpt tegelijkertijd weesfietsen te lokaliseren. Het zorgt voor betere benutting van fietsenstallingen. Bij station Zutphen, waar gemeente en NS samen de exploitatie van de stalling verzorgen, werd forse winst geboekt. Het aantal beschikbare fietsparkeerplekken steeg tot 30 procent na de start van de proef in mei vorig jaar. Van de 3500 plekken konden er dus sindsdien tot circa 1000 weer gebruikt worden. In Groningen en Utrecht is de methode ook uitgeprobeerd, maar was de toegepaste techniek nog niet feilloos. Het leverde waardevolle informatie waardoor de proef in Zutphen het succes van het middel kon tonen. In totaal besloeg de proef ruim 11.000 fietsparkeerplaatsen. ProRail is nu op zoek naar nieuwe locaties.
Methode
Doordat in de fietsenrekken schakelaars worden ingebouwd, gaat er een signaal naar een computer wanneer er een fiets wordt geplaatst. Op diverse schermen in de stalling wordt er vervolgens bijgehouden hoeveel plek er nog is in een bepaald vak. De beheerder kan tegelijkertijd zien hoe lang een fiets al geparkeerd staat. Is dit langer dan de afgesproken termijn van bijvoorbeeld tien dagen, dan kan de beheerder actie ondernemen. De proef in Zutphen leerde tevens dat goed beheer een belangrijke succesfactor is.
Toekomst
Volgens ProRail kan het aantal toepassingen ook worden uitgebreid. Zo kan net als bij autoparkeergarages op de belangrijke verkeersroutes voor fietsers het aantal lege plaatsen bij diverse stallingen worden getoond.
Financiering
De proef werd betaald door ProRail en het ministerie van Infrastructuur en Milieu en kwam tot stand in nauwe samenwerking met de gemeenten Utrecht, Groningen en Zutphen. Naar schatting is vijftien procent van de stallingsruimte in Nederland onbeschikbaar door fietsen die eigenaren niet meer ophalen, ook wel weesfietsen genoemd. Dat zijn circa 60.000 fietsplaatsen bij treinstations. Uitbreiding van de stallingsruimte met een gelijk aantal zou miljoenen euro's kosten. Voor nieuwe locaties voor het systeem wordt, zoals ook bij uitbreiding van fietsenstallingen, gezocht naar financiering door lokale en regionale overheden samen met ProRail.
Ruimte voor de Fiets
Gemiddeld pakt ruim veertig procent van de reizigers de fiets naar het station. Om de reis van deur tot deur gemakkelijker en comfortabeler te maken verbetert ProRail fietsenstallingen en lost fietsparkeerproblemen op bij stations, door vervanging, uitbreiding en betere benutting van bestaande stallingen en door nieuwbouw. Sinds 1999 zijn er landelijk ruim 300.000 fietsplaatsen nieuw gebouwd en gemoderniseerd op bijna 400 stations. Het totaal aantal stallingsplaatsen bij stations is nu zo’n 400.000 en groeit de komende jaren naar ruim 500.000.
Bron: ProRail
Meer ruimte fietser door parkeersysteem
Een proef met een speciaal systeem om fietsen te parkeren is geslaagd, zo blijkt uit de resultaten bij station Zutphen. Spoorbeheerder ProRail wil nu het aantal locaties uitbreiden. Het systeem wijst fietsers de lege fietsparkeerplekken aan.Forse winst
Het helpt tegelijkertijd weesfietsen te lokaliseren. Het zorgt voor betere benutting van fietsenstallingen. Bij station Zutphen, waar gemeente en NS samen de exploitatie van de stalling verzorgen, werd forse winst geboekt. Het aantal beschikbare fietsparkeerplekken steeg tot 30 procent na de start van de proef in mei vorig jaar. Van de 3500 plekken konden er dus sindsdien tot circa 1000 weer gebruikt worden. In Groningen en Utrecht is de methode ook uitgeprobeerd, maar was de toegepaste techniek nog niet feilloos. Het leverde waardevolle informatie waardoor de proef in Zutphen het succes van het middel kon tonen. In totaal besloeg de proef ruim 11.000 fietsparkeerplaatsen. ProRail is nu op zoek naar nieuwe locaties.
Methode
Doordat in de fietsenrekken schakelaars worden ingebouwd, gaat er een signaal naar een computer wanneer er een fiets wordt geplaatst. Op diverse schermen in de stalling wordt er vervolgens bijgehouden hoeveel plek er nog is in een bepaald vak. De beheerder kan tegelijkertijd zien hoe lang een fiets al geparkeerd staat. Is dit langer dan de afgesproken termijn van bijvoorbeeld tien dagen, dan kan de beheerder actie ondernemen. De proef in Zutphen leerde tevens dat goed beheer een belangrijke succesfactor is.
Toekomst
Volgens ProRail kan het aantal toepassingen ook worden uitgebreid. Zo kan net als bij autoparkeergarages op de belangrijke verkeersroutes voor fietsers het aantal lege plaatsen bij diverse stallingen worden getoond.
Financiering
De proef werd betaald door ProRail en het ministerie van Infrastructuur en Milieu en kwam tot stand in nauwe samenwerking met de gemeenten Utrecht, Groningen en Zutphen. Naar schatting is vijftien procent van de stallingsruimte in Nederland onbeschikbaar door fietsen die eigenaren niet meer ophalen, ook wel weesfietsen genoemd. Dat zijn circa 60.000 fietsplaatsen bij treinstations. Uitbreiding van de stallingsruimte met een gelijk aantal zou miljoenen euro's kosten. Voor nieuwe locaties voor het systeem wordt, zoals ook bij uitbreiding van fietsenstallingen, gezocht naar financiering door lokale en regionale overheden samen met ProRail.
Ruimte voor de Fiets
Gemiddeld pakt ruim veertig procent van de reizigers de fiets naar het station. Om de reis van deur tot deur gemakkelijker en comfortabeler te maken verbetert ProRail fietsenstallingen en lost fietsparkeerproblemen op bij stations, door vervanging, uitbreiding en betere benutting van bestaande stallingen en door nieuwbouw. Sinds 1999 zijn er landelijk ruim 300.000 fietsplaatsen nieuw gebouwd en gemoderniseerd op bijna 400 stations. Het totaal aantal stallingsplaatsen bij stations is nu zo’n 400.000 en groeit de komende jaren naar ruim 500.000.
Bron: ProRail
dinsdag 8 mei 2012
Amsterdam onderzoekt fietsenstallingen op daken | Verkeersnet.nl
Amsterdam onderzoekt fietsenstallingen op daken | Verkeersnet.nl

Het ingenieursbureau van de gemeente Amsterdam (IBA) onderzoekt de mogelijkheid om fietsen automatisch op daken van gebouwen te parkeren. Daarmee zou de huidige overlast door wildparkeren op straat teruggedrongen kunnen worden. De kosten voor zo’n dakplek worden geraamd op maximaal 4000 euro.
Volgens de dienst Onderzoek en Statistiek staan er 295.000 fietsen in de openbare ruimte terwijl er 200.000 officiële plaatsen zijn. Hoewel het aantal plaatsen in de binnenstad sinds 2007 al is gestegen van bijna 34.000 naar meer dan 43.000, is er dus nog een tekort. Op straat is vaak te weinig ruimte.
Ondergronds parkeren is een goed alternatief, maar is relatief kostbaar. IBA onderzoekt daarom ook nieuwe, goedkopere alternatieven. Een daarvan is parkeren op daken. ”In principe is er boven op gebouwen nog veel ruimte”, zegt Griffioen, projectleider fietsparkeren bij IBA . “En er zijn al automatische fietsparkeersystemen voor ondergronds parkeren, zoals bij de pont in Amsterdam-Noord. Je plaatst je fiets in een sluisje, een lift brengt ‘m naar beneden en hangt de fiets automatisch weg.
Technisch maakt het niet uit of dat ondergronds gebeurt of juist op een dak. Voor de benodigde schone energie willen we zonnecellen op het dak plaatsen. Ons onderzoek spitst zich nu vooral toe op de optimalisering van dit Velominck-systeem, ook financieel, en de inpassing ervan op locatie.”
Onderdeel van de studie is ook hoe het gebruik van stallingen gestimuleerd kan worden. Plaatsen blijven soms leeg omdat mensen hun fiets tóch op straat zetten. Zichtbaarheid is een belangrijk aandachtspunt. IBA denkt die te kunnen vergroten met glazen liften langs de gevel waarin de fietsen op en neer gaan. “Dat versterkt het beeld van Amsterdam-fietsstad en is voor toeristen een extra attractie”, zegt Griffioen.

Het ingenieursbureau van de gemeente Amsterdam (IBA) onderzoekt de mogelijkheid om fietsen automatisch op daken van gebouwen te parkeren. Daarmee zou de huidige overlast door wildparkeren op straat teruggedrongen kunnen worden. De kosten voor zo’n dakplek worden geraamd op maximaal 4000 euro.
Volgens de dienst Onderzoek en Statistiek staan er 295.000 fietsen in de openbare ruimte terwijl er 200.000 officiële plaatsen zijn. Hoewel het aantal plaatsen in de binnenstad sinds 2007 al is gestegen van bijna 34.000 naar meer dan 43.000, is er dus nog een tekort. Op straat is vaak te weinig ruimte.
Ondergronds parkeren is een goed alternatief, maar is relatief kostbaar. IBA onderzoekt daarom ook nieuwe, goedkopere alternatieven. Een daarvan is parkeren op daken. ”In principe is er boven op gebouwen nog veel ruimte”, zegt Griffioen, projectleider fietsparkeren bij IBA . “En er zijn al automatische fietsparkeersystemen voor ondergronds parkeren, zoals bij de pont in Amsterdam-Noord. Je plaatst je fiets in een sluisje, een lift brengt ‘m naar beneden en hangt de fiets automatisch weg.
Technisch maakt het niet uit of dat ondergronds gebeurt of juist op een dak. Voor de benodigde schone energie willen we zonnecellen op het dak plaatsen. Ons onderzoek spitst zich nu vooral toe op de optimalisering van dit Velominck-systeem, ook financieel, en de inpassing ervan op locatie.”
Onderdeel van de studie is ook hoe het gebruik van stallingen gestimuleerd kan worden. Plaatsen blijven soms leeg omdat mensen hun fiets tóch op straat zetten. Zichtbaarheid is een belangrijk aandachtspunt. IBA denkt die te kunnen vergroten met glazen liften langs de gevel waarin de fietsen op en neer gaan. “Dat versterkt het beeld van Amsterdam-fietsstad en is voor toeristen een extra attractie”, zegt Griffioen.
Luchtfietserij in de hoofdstad (BNR)
Luchtfietserij in de hoofdstad
Amsterdam gaat automatische fietsenstallingen op daken inzetten in de strijd tegen overlast van geparkeerde fietsen.
De komende tijd zal het ingenieursbureau van de gemeente Amsterdam (IBA) de mogelijkheden van dit systeem onderzoeken, meldt het IBA vandaag.
Het systeem is simpel: de fietser meldt zich aan met zijn ov-chipkaart en zet zijn fiets in een glazen lift. De fiets wordt vervolgens automatisch naar het dak gebracht en daar opgehangen.
Fietsliften
Matthijs Griffioen, ingenieur bij het IBA, verwacht binnen de komende vijf jaar de eerste fietsliften langs Amsterdamse kantoorpanden en overheidsgebouwen te zien.
"De liften versterken het beeld van Amsterdam als fietsstad, bovendien zijn ze een extra attractie voor toeristen", zegt de ingenieur.
Het systeem is simpel: de fietser meldt zich aan met zijn ov-chipkaart en zet zijn fiets in een glazen lift. De fiets wordt vervolgens automatisch naar het dak gebracht en daar opgehangen.
Fietsliften
Matthijs Griffioen, ingenieur bij het IBA, verwacht binnen de komende vijf jaar de eerste fietsliften langs Amsterdamse kantoorpanden en overheidsgebouwen te zien.
"De liften versterken het beeld van Amsterdam als fietsstad, bovendien zijn ze een extra attractie voor toeristen", zegt de ingenieur.
Fietsenstallingen op daken
Fietsenstallingen op daken | nieuws
In Amsterdam wordt bekeken of er toekomst zit in het parkeren van fietsen op daken. Volgens het ingenieursbureau van de gemeente Amsterdam (IBA) zou daarmee het tekort van bijna honderdduizend parkeerplaatsen in Amsterdam kunnen worden teruggedrongen.
Liftsysteem
De fietsen zouden via een lift op de daken of langs de gevels worden geplaatst. Zo’n liftsysteem is nu al in werking bij de parkeerplaats bij de pont in Amsterdam-Noord, maar dan ondergronds.
Onderzoek
Het onderzoek van IBA spitst zich vooral toe op mogelijke locaties voor de dakstallingen en op de optimalisering van het zogenoemde Velominck-liftsysteem. Een vraag die ook wordt onderzocht is hoe het gebruik van de stallingen kan worden gestimuleerd. Glazen fietsliften zouden bijvoorbeeld de zichtbaarheid van de stallingen vergroten.
De projectleider fietsparkeren bij IBA verwacht overigens dat het nog een tijd kan duren voordat Amsterdam vol komt te staan met de luchtstallingen.
In Amsterdam wordt bekeken of er toekomst zit in het parkeren van fietsen op daken. Volgens het ingenieursbureau van de gemeente Amsterdam (IBA) zou daarmee het tekort van bijna honderdduizend parkeerplaatsen in Amsterdam kunnen worden teruggedrongen.
Liftsysteem
De fietsen zouden via een lift op de daken of langs de gevels worden geplaatst. Zo’n liftsysteem is nu al in werking bij de parkeerplaats bij de pont in Amsterdam-Noord, maar dan ondergronds.
Onderzoek
Het onderzoek van IBA spitst zich vooral toe op mogelijke locaties voor de dakstallingen en op de optimalisering van het zogenoemde Velominck-liftsysteem. Een vraag die ook wordt onderzocht is hoe het gebruik van de stallingen kan worden gestimuleerd. Glazen fietsliften zouden bijvoorbeeld de zichtbaarheid van de stallingen vergroten.
De projectleider fietsparkeren bij IBA verwacht overigens dat het nog een tijd kan duren voordat Amsterdam vol komt te staan met de luchtstallingen.
dinsdag 30 november 2010
Fietsparkeren gemeenten onderzocht (bron: www.verkeerinbeeld.nl)
De Fietsersbond onderzocht in de Fietsbalans in 43 gemeenten onder meer de fietsparkeervoorzieningen. Op ruim een derde van de typen fietsbestemmingen bleek een groot tekort aan fietsenrekken.
1600 Locaties
De Fietsersbond onderzocht de tekorten op 1600 locaties bij winkelgebieden, openbaar vervoerknooppunten, onderwijsinstellingen, sportcomplexen, uitgaansgelegenheden en overige voorzieningen. Op 80 procent van de locaties in en rond centrale winkelgebieden zijn op piektijden onvoldoende rekken.
PvA Fietsdiefstal
In grote en middelgrote steden is het probleem groter dan in kleinere gemeenten. Ook bij uitgaansgelegenheden, bibliotheken, postkantoren en gemeentelijke publieksdiensten zijn vaak onvoldoende rekken. Op driekwart van de locaties ontbreken bij de rekken nog goede aanbindmogelijkheden. In het Plan van Aanpak Fietsdiefstal van het Ministerie van Binnenlandse zaken staat dat goede sloten weinig zin hebben als je de fiets niet vast kunt zetten aan de ‘vaste wereld’. Op deze locaties hebben fietsers dus niet de mogelijkheid zich adequaat tegen fietsdiefstal te beschermen. De grootste problemen doen zich voor op onderwijslocaties en bij sportvoorzieningen.
Goed nieuws
Het goede nieuws is dat steeds meer gemeenten gratis bewaakte stallingen in de centrumgebieden aanbieden. Bij ongeveer de helft van de onderzochte sportvoorzieningen zijn voldoende rekken. Zwembaden en sporthallen scoren voldoende met rond de 60 procent. Sportvelden vormen een negatieve uitzondering: bij 64 procent van de sportvelden zijn tekorten. De echt grote tekorten komen in kleine gemeenten vaker voor dan in grotere steden. Er bestaan grote verschillen tussen de verschillende onderwijssoorten. Middelbaar en hoger onderwijs doen het relatief goed. Bij basisscholen is het beeld anders. Bij 42 procent zijn er grote tekorten en slechts bij 30 procent staan voldoende rekken. Bij 18 basisscholen waren in het geheel geen fietsparkeervoorzieningen aanwezig. Hierdoor is het voor veel kinderen niet mogelijk op de fiets naar school te gaan en te oefenen met zelfstandige mobiliteit in de eigen relatief veilige omgeving.
1600 Locaties
De Fietsersbond onderzocht de tekorten op 1600 locaties bij winkelgebieden, openbaar vervoerknooppunten, onderwijsinstellingen, sportcomplexen, uitgaansgelegenheden en overige voorzieningen. Op 80 procent van de locaties in en rond centrale winkelgebieden zijn op piektijden onvoldoende rekken.
PvA Fietsdiefstal
In grote en middelgrote steden is het probleem groter dan in kleinere gemeenten. Ook bij uitgaansgelegenheden, bibliotheken, postkantoren en gemeentelijke publieksdiensten zijn vaak onvoldoende rekken. Op driekwart van de locaties ontbreken bij de rekken nog goede aanbindmogelijkheden. In het Plan van Aanpak Fietsdiefstal van het Ministerie van Binnenlandse zaken staat dat goede sloten weinig zin hebben als je de fiets niet vast kunt zetten aan de ‘vaste wereld’. Op deze locaties hebben fietsers dus niet de mogelijkheid zich adequaat tegen fietsdiefstal te beschermen. De grootste problemen doen zich voor op onderwijslocaties en bij sportvoorzieningen.
Goed nieuws
Het goede nieuws is dat steeds meer gemeenten gratis bewaakte stallingen in de centrumgebieden aanbieden. Bij ongeveer de helft van de onderzochte sportvoorzieningen zijn voldoende rekken. Zwembaden en sporthallen scoren voldoende met rond de 60 procent. Sportvelden vormen een negatieve uitzondering: bij 64 procent van de sportvelden zijn tekorten. De echt grote tekorten komen in kleine gemeenten vaker voor dan in grotere steden. Er bestaan grote verschillen tussen de verschillende onderwijssoorten. Middelbaar en hoger onderwijs doen het relatief goed. Bij basisscholen is het beeld anders. Bij 42 procent zijn er grote tekorten en slechts bij 30 procent staan voldoende rekken. Bij 18 basisscholen waren in het geheel geen fietsparkeervoorzieningen aanwezig. Hierdoor is het voor veel kinderen niet mogelijk op de fiets naar school te gaan en te oefenen met zelfstandige mobiliteit in de eigen relatief veilige omgeving.
maandag 7 juni 2010
‘Over 10 jaar 100.000 fietsenstallingen tekort bij stations’ (bron: Verkeer in beeld)
Ondanks verwoede pogingen het tekort op te vangen zal er in 2020 een tekort zijn van minstens 100.000 fietsparkeerplekken bij stations. Dat meldt spoorbeheerder ProRail. De beheerder heeft sinds 1999 200.000 fietsplaatsen gebouwd of aangepast.
Enorm tekort
Tot 2012 worden nog 100.000 plekken bijgebouwd of aangepast, maar dan nog is er een tekort van 50.000 plaatsen. In 2020 is dat opgelopen tot 100.000. “Als we niks doen, wordt dat 200.000”, aldus een woordvoerster van ProRail. Het streven van het bedrijf is dan ook om jaarlijks 25.000 plaatsen bij te bouwen.
Weesfietsen
Behalve het bouwen van meer stallingen, zal ProRail tevens het lang stallen en het fenomeen weesfietsen aan te pakken. In het najaar begint het bedrijf een proef met ‘stallingsduur’. “Sommige mensen gebruiken de fietsenstalling bij het station als schuur”, verduidelijkt de woordvoerster. Proeven in Groningen en Utrecht moeten uitwijzen in welke mate dit het geval is en wat hieraan kan worden gedaan.
Ruimte voor de Fiets
In 1999 begon het programma Ruimte voor de Fiets waarin ProRail, de gemeenten en het ministerie van Verkeer en Waterstaat samenwerken. Het doel is om zoveel mogelijk ruimte te creeëren door nieuwe stallingen te bouwen en bestaande stallingen uit te breiden. Daarvoor was een budget van 250 miljoen euro beschikbaar voor de periode van 1999 tot 2012. Bij aanvang van het programma hadden de stations 250.000 plaatsen voor fietsen; nu zijn dat er 350.000.
Enorm tekort
Tot 2012 worden nog 100.000 plekken bijgebouwd of aangepast, maar dan nog is er een tekort van 50.000 plaatsen. In 2020 is dat opgelopen tot 100.000. “Als we niks doen, wordt dat 200.000”, aldus een woordvoerster van ProRail. Het streven van het bedrijf is dan ook om jaarlijks 25.000 plaatsen bij te bouwen.
Weesfietsen
Behalve het bouwen van meer stallingen, zal ProRail tevens het lang stallen en het fenomeen weesfietsen aan te pakken. In het najaar begint het bedrijf een proef met ‘stallingsduur’. “Sommige mensen gebruiken de fietsenstalling bij het station als schuur”, verduidelijkt de woordvoerster. Proeven in Groningen en Utrecht moeten uitwijzen in welke mate dit het geval is en wat hieraan kan worden gedaan.
Ruimte voor de Fiets
In 1999 begon het programma Ruimte voor de Fiets waarin ProRail, de gemeenten en het ministerie van Verkeer en Waterstaat samenwerken. Het doel is om zoveel mogelijk ruimte te creeëren door nieuwe stallingen te bouwen en bestaande stallingen uit te breiden. Daarvoor was een budget van 250 miljoen euro beschikbaar voor de periode van 1999 tot 2012. Bij aanvang van het programma hadden de stations 250.000 plaatsen voor fietsen; nu zijn dat er 350.000.
Abonneren op:
Posts (Atom)